Sommige dingen kunnen een vakantie maken of breken. De mooiste herinneringen aan een stedentrip ontstaan vaak onverwacht. Wanneer je verdwaalt raakt, in een achteraf-straatje een sfeervol restaurantje ontdekt en daar de hele avond lekker zit te eten en drinken. Of als je op een bankje zomaar in gesprek raakt met een oudere dame die je van alles over de geschiedenis van de stad vertelt. Een paar dagen weg kunnen ook ineens in een drama veranderen. Bijvoorbeeld doordat je camera en paspoort worden gestolen. Niet dramatisch maar wel zonde: geen ruimte voor spontane ontmoetingen en ontdekkingen overlaten omdat je aan een te strak programma vasthoudt. Hoe maak je van je citytrip een succes? We vertellen in acht tips wat je niet en juist wél moet doen.

1. Een volgepropt programma

Natuurlijk, je bent maar een paar dagen in de stad en je wilt zoveel mogelijk zien. Logisch. Maar door vast te houden aan een te strakke planning laat je geen ruimte over voor spontane situaties. Van hot naar her rennen om niets van de highlights te missen staat garant voor een uitputtende en weinig bijzondere stedentrip. Ga ook lekker een uurtje aan het water of op een bankje in het park zitten. Doe ’s ochtends rustig aan, ga uitgebreid ontbijten bij dat leuke zaakje op de hoek en struin ook op je gemak rond in straatjes die niet in je stadsgids staan. Je zult zien dat je veel relaxter bent en meer openstaat voor onverwachte ervaringen. Jezelf voorbereiden is zonder meer aan te raden, maar een citytrip minutieus kapotplannen is het andere uiterste.

kaartlezen
Leg die kaart, app of reisgids eens aan de kant en volg je eigen reizigersgevoel

2. Alle belangrijke spullen op één plek

De paspoorten, creditcards, portemonnees, tickets en camera allemaal in één tas. Handig, want zo heb je alles bij elkaar en hoef je nooit lang te zoeken als je iets nodig hebt. Maar wat als je onverhoopt wordt bestolen? Dan ben je in één klap alles kwijt. Maak vooraf kopieën van de paspoorten, leg de originelen in de kluis van je hotel of appartement en neem de kopietjes mee als je op pad gaat. Ben je met twee of meer, verspreid belangrijke zaken dan over verschillende tassen. Wordt één iemand de dupe van een zakenroller, dan heb je in elk geval een deel van de spullen nog.

3. Steeds de taxi nemen

In sommige steden liggen bezienswaardigheden niet zo dicht bij elkaar dat ze makkelijk te belopen zijn. Veel mensen nemen dan ook de taxi om alles te kunnen bewonderen. Maar ja, zo’n taxi crosst zo snel mogelijk van A naar B. Efficiënt, maar ook weinig bijzonder. Neem eens de metro, tram of bus, zodat je ook in straten komt die niet in de reisgidsen staan en de sfeer van het alledaagse leven in de stad kunt opsnuiven. Of huur een fiets en begeef je op plekken waar je met de auto niet kunt komen. En bovendien is het openbaar vervoer of een huurfiets in de meeste gevallen stukken goedkoper.

4. Alleen bekende gerechten eten

‘Wat de boer niet kent eet hij niet’ is niet voor niets een Nederlands gezegde. Veel Nederlanders vinden buitenlandse gerechten eng en eten het liefst wat ze al kennen: een broodje met kaas, een hamburger met friet, pizza. Zonde. De nationale keuken is onderdeel van de cultuur en identiteit van een land. Regionale gerechten eten draagt sterk bij aan de beleving van een stad of streek. In Rome kies je voor een charmant restaurantje met authentieke pastagerechten en niet voor McDonalds of Burger King. In Duitsland probeer je een currywurst bij een kraampje en in Frankrijk mogen de lokale broodspecialiteiten bij het ontbijt niet ontbreken.

eten
Dat ziet er toch veel beter uit dan die oude, vertrouwde hap?

5. Veel bling-bling

Je bent er een weekendje tussenuit en laat het breed hangen. Een drankje hier, een diner daar, een paar mooie souvenirs en ook nog een cadeautje voor de thuisblijvers. Zeker in relatief arme steden ben je als toerist een gewilde prooi voor zakkenrollers en dieven. Draag daarom geen opvallende sieraden en horloges. Stel je ook bescheiden op en laat zo weinig mogelijk merken dat je een ‘rijke westerling’ bent.

6. De zonnebrandcrème vergeten

Ben je in een warme stad of ga je zomers op stedentrip? Smeer je dan goed in met zonnebrandcrème. Op korte termijn voorkom je een pijnlijke, rode huid en op de langere duur vermijd je huidschade en ernstige aandoeningen als melanoom. Denk niet ‘ach, dat valt wel mee’, want uit recent onderzoek blijkt dat verbranden veel schadelijker is dan we aanvankelijk dachten. Bovendien zijn de foto’s die je tijdens je stedentrip maakt nét iets leuker als je er niet met een knalrood hoofd op staat.

7. Hoge hakken dragen

Voor de dames: mooi hoor, hoge hakken. Ze staan prachtig, maar tijdens een citytrip is het geen geschikt schoeisel. Als je écht iets van een stad wilt zien, loop je vele kilometers, en dan kan het best op stevige, platte schoenen. Van hoge hakken krijg je echt spijt: na een uurtje of twee heb je blaren en zulke zere voeten dat je zult moeten stoppen. En dat is uiteraard zonde. Kies voor goed zittende schoenen waarop je lang kunt lopen. En die hakken… die kun je altijd nog ’s avonds aan als je uit eten gaat.

8. De douaneregels negeren

‘Ach, dat merken ze toch niet. De kans dat ik er tussenuit wordt gepikt is minimaal.’ Fout! Houd je gewoon aan de douaneregels; dan voorkom je lange wachttijden, vervelende controles en mogelijke boetes. Veel gekocht tijdens je citytrip? Let dan goed op het gewicht van je bagage. Sommige luchtvaartmaatschappijen hanteren namelijk hoge kosten wanneer je het maximum overschrijdt, of als je ineens een stuk handbagage extra meeneemt.