StedenTripper Travel Blog
Een stedentrip in één dag is budget-wise natuurlijk ideaal, maar niet altijd mogelijk. Als je er een dagje aan vast plakt is er veel meer mogelijk, maar dan bij voorkeur wel in een hotel waarvoor je zo min mogelijk hoeft te reizen.
Een hotel in het stadscentrum heeft zeker zijn charmes, maar soms is een hotel bij het vliegveld praktischer voor je reisschema. Of gewoon relaxter, want als je denkt je bij luchthavens enkel kunt overnachten in sfeerloze blokkendozen waar je ‘s nachts wakker wordt van vliegtuiggeraas, dan heb je het absoluut mis!
1. Kempinski Hotel, München Airport

Foto via Kempinski München
2. Scandic, Oslo Gardermoen Airport

Foto via Scandic Oslo Gardermoen
3. Sofitel, Londen-Heathrow

Foto via Sofitel London Heathrow
4. Radisson Blu SkyCity Hotel, Stockholm-Arlanda

Foto via Radisson SkyCity Stockholm
5. CitizenM, Schiphol Amsterdam

Foto via CitizenM Schiphol
6. Holiday Inn Express Bremen Airport

Foto via Holiday Inn Bremen
7. DoubleTree by Hilton Hotel, Newcastle International Airport

Foto via Doubletree Newcastle
8. Radisson Blu Airport Hotel, Istanbul

Foto via Radisson Blu Istanbul
9. Hyatt Regency, Parijs Charles De Gaulle

Foto via Hyatt Regency Parijs
10. Radisson SAS, Londen-Stansted

Foto via Radisson SAS London Stansted
Deze lijst is samengesteld op basis van TripAdvisor- en Zoover-reviews, in combinatie met Skytrax’ WAA.
Steden als Amsterdam, Antwerpen, Maastricht of Keulen zijn vanuit Nederland en België zeer goed bereisbaar en daardoor ideale ‘dagjessteden’. Voor een bezoek aan een stad die wat verder weg ligt wordt al snel het vliegtuig gepakt en een hotelletje geboekt. Maar ook veel van deze steden zijn prima te bezoeken in één dag
Qua reistijd doet Utrecht-Maastricht per auto of trein echt niet onder voor -pakweg- Brussel-Kopenhagen per vliegtuig. En als je een beetje rondkijkt, ben je voor een vliegticket bij een low cost airline echt niet veel meer kwijt dan voor benzine en parkeerkosten, dus wat let je?
Wat heb je nodig?
Een luchthaven dicht bij het stadscentrum, of een luchthaven met zeer goede, directe openbaar vervoerverbinding naar het centrum is een must. Op deze luchthaven moet minimaal twee keer per dag gevlogen worden. Uiteraard bij voorkeur ‘s-ochtends vroeg heen en in de avond weer terug, zodat je zoveel mogelijk van je bestemming kunt zien.
Dit hoeft echter niet tweemaal dezelfde vliegtuigmaatschappij te zijn. Je kunt immers heen vliegen met de ene maatschappij, terwijl je met een andere airline weer terugreist. Ook kun je er eventueel voor kiezen om op een andere luchthaven te landen, om van daaruit terug te reizen naar je woonplaats, indien dit beter uitkomt. In dit overzicht zijn wij echter uitgegaan van een retourvlucht tussen dezelfde luchthavens.
Barcelona
Vliegveld Barcelona-El Prat ligt ongeveer 15 kilometer van het stadscentrum. Per Aerobus of trein reis je in een half uur tot drie kwartier van het vliegveld richting de Ramblas, waarmee El Prat een gunstiger gelegen vliegveld is dan Barcelona-Girona (transfertijd: 1 uur en 15 minuten) of Barcelona-Reus (1 uur en drie kwartier). Gelukkig zijn er voldoende maatschappijen die ‘s-ochtends richting El Prat vliegen en in de avond weer terug.
Vanuit Amsterdam kun je per KLM, Vueling of Transavia vliegen, op het vliegveld van Brussel heb je de keuze uit Vueling of Brussels Airlines. Reis je liever vanaf Düsseldorf of Keulen, dan neem je een vliegtuig van AirBerlin. Ook vanaf Rotterdam (di, do, za, zo) of Eindhoven (vr) kun je op één dag heen en weer reizen, al vertrekt je retourvlucht dan wat aan de vroege kant.
Sommige bezienswaardigheden, waaronder Camp Nou, Parc Guell en Sagrada Familia liggen wat buiten het centrum van Barcelona, waardoor het -zeker bij een eendaagse citytrip- verstandig is om vooraf even een planning te maken van wat je zeker wil bezoeken. Hiermee voorkom je stress, of spijt achteraf vanwege het missen van een bepaalde bezienswaardigheid.

Barcelona vanaf de heuvel Montjuïc, door Moyan Brenn
Lissabon
Vanuit Amsterdam reis je ‘s-ochtends vroeg met Transavia naar Lissabon. Direct naast het vliegveld is het metrostation, waar je om de tien minuten in de metro richting het oude stadscentrum kunt stappen. Vlakbij het centraal gelegen plein Praça da Figueira is een halte waar je uit kunt stappen en zo de prachtige oude stadswijken Bairro Alto of Alfama in kunt lopen.
Ook kun je er eventueel voor kiezen om een paar haltes eerder al uit de tram te stappen. Metrostation Oriente ligt in het stadsdeel Parque das Nações, waar je onder meer een groot winkelcentrum, diverse musea of Oceanário de Lisboa kunt bezoeken. Dezelfde metro brengt je weer in een mum van tijd terug naar Aeroporto da Portela, waar je weer op het vliegtuig naar Amsterdam kunt stappen.

Als je uitstapt bij metrohalte Rossio is dit je uitzicht als je boven komt, via The Big City
Londen
De Engelse hoofdstad Londen heeft liefst zes vliegvelden, maar vanwege de ligging is London City Airport het meest geschikt voor een ééndaagse stedentrip. Vanuit Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen kun je dagelijks meerdere malen met Cityjet in ongeveer een uur naar Londen en/ of terug vliegen. Op London City Airport neem je de DLR en metro naar het centrum. Met een transfertijd van ongeveer een half uur is dit sneller dan de taxi.
Stap uit de metro bij St. Paul’s Cathedral, in de winkelstraat Regent’s Street, of bij Buckingham Palace – afhankelijk van welke bezienswaardigheden je wilt bezoeken uiteraard. Vervolgens kun je te voet verder gaan, een fiets huren via het Londense fietshuursysteem Barclays Cycle Hire (2 pond per 24 uur), of gebruik blijven maken van het uitstekende openbaar vervoer. Voor de terugreis naar London City Airport is de metro het meest geschikt, waardoor je van een dagkaartje (8 pond in het weekend, 11 pond doordeweeks) profijt zou kunnen hebben.

De koepel van St. Paul’s Cathedral vanaf de Millennium Bridge bij Tate Modern, via The Big City
Praag
In anderhalf uur vlieg je van Brussel naar Praag met Brussels Airlines. Ook kun je vrijwel dagelijks heen en weer vliegen tussen Schiphol en Václav Havel Airport met KLM of Easyjet, al is Easyjet door het vluchtschema met name geschikt voor de terugreis.
Vanaf het vliegveld rijden geen metro’s of treinen naar het stadscentrum, maar er rijden wel regelmatig stadsbussen naar nabijgelegen metrostations en de Airport Express Bus rijdt rechtstreeks naar het centrum. Eventueel kun je ook een taxi nemen. Als je een beetje onderhandelt, of vooraf een taxi reserveert, word je voor zo’n 600 kronen (ongeveer €25,-) naar het centrum gebracht. Hier wandel je over de Karelsbrug naar Staré Město, kun je vele prachtige oude gebouwen bezichtigen of heb je de keuze uit tien musea om te bezoeken.

De prachtige oude binnenstad van Praag, via Moyan Brenn
Milaan
Milaan is de ideale bestemming om shoppen met cultuur te combineren en ook dat kan in één dag. Vanaf Brussel en Amsterdam vertrekken dagelijks meerdere vluchten naar Milaan Linate Airport, dat op 8 kilometer van de stad ligt. De vlucht duurt ongeveer anderhalf uur.
Je kunt er ook voor kiezen om op Milaan Malpenza te vliegen (vanaf Amsterdam en Brussel), maar dit vliegveld ligt 40 kilometer buiten de stad en brengt dus een iets langere transfertijd met zich mee. Dit geldt trouwens al helemaal voor ‘Ryanair-vliegveld’ Milaan-Bergamo, dat 45 kilometer buiten Milaan ligt.
Vanaf Linate neem je de bus naar het centrum van Milaan (25 minuten), vanaf Malpensa neem je de Malpensa Express-trein (40-50 minuten). In beide gevallen stap je uit op Milano Centrale, vanwaar het ongeveer een kwartiertje lopen naar het stadscentrum is. Met de tram rijd je in ongeveer tien minuten vanaf het station naar de Duomo di Milano of winkelwalhalla Galleria Vittorio Emanuele.

De overdekte, 19e-eeuwse winkelstraat Galleria Vittorio Emanuele, via Ho Visto Nina Volare
Uiteraard zijn er nog veel meer steden in Europa die je in één dag kunt bezoeken. Wat is jouw favoriete eendaagse stedentripbestemming?
Het bezoeken van een museum is één van de populairste activiteiten tijdens een stedentrip. Dat betekent echter ook dat het, zeker in de zomermaanden, erg druk kan zijn in populaire musea. En niet alleen binnen, maar ook buiten, aan de kassa. Een wachtrij van 3 uur voor het Uffizi in Florence of het Louvre in Parijs is eerder regel dan uitzondering.
Dan is het fijn als je een museum bezoekt, dat niet alleen van binnen, maar ook van buiten iets te bieden heeft. Terwijl je vol bewondering rondom het museumgebouw loopt, verlies je de tijd uit het oog. Als je dan weer terugkeert in de rij, is deze mogelijk alweer wat korter geworden. En zo niet, dan heb je in ieder geval alvast wat moois gezien.
1. Natuurhistorisch Museum, Wenen

Foto door Marcus Winter
2. Guggenheim, Bilbao

Foto door Dalbera
3. Hermitage Museum, St. Petersburg

Foto door Dennis Jarvis
4. Militärhistorisches Museum, Dresden

Foto door Bundeswehr Fotos
5. Nationaal Historisch Museum, Moskou

Foto door Jack Versloot
6. Louvre, Parijs

Foto door Paolo Horta
7. MAXXI, Rome

Foto door MAXXI
8. MAS, Antwerpen

Foto door William
9. Rijksmuseum, Amsterdam

Foto door Olivier Bruchez
10. Porschemuseum, Stuttgart

Foto via Modernistic Design
Natuurlijk, bij een bezoek aan Berlijn moet je het Reichstaggebouw zien, het indrukwekkende holocaust monument bekijken en naar de Berlijnse muur. Maar wat nou als je voor een tweede, of misschien wel een derde keer in de stad bent? Dan zijn er nog zóveel andere, minder ontdekte stukken die zeker de moeite waard zijn!
Genieten van het mooie uitzicht vanuit de Französischer Dom
Goedkoper dan de televisietoren en minstens zo’n mooi uitzicht krijg je vanuit de Französischer Dom. Dit gebouw ligt aan de Gendarmenmarkt, een plein midden in de stad waar ook het concertgebouw en om het net wat lastiger te maken, de Duitse Dom staan. Hoe hou je ze uit elkaar? De Duitse staat links van het plein en de Franse rechts! Voor vier euro ben je binnen en kun je genieten van een mooi uitzicht over de stad en over het mooie Gendarmenmarkt!
Adres: Gendarmenmarkt 5, 10117 Berlijn

Bier drinken in een van de oudste brouwerijen van Berlijn
Ga je naar Berlijn? Dan moet je zeker een bezoek brengen aan het historische NicolaiViertel. De wijk, op loopafstand van Alexanderplatz is een van de oudste wijken van de stad. Je vind er leuke aparte winkeltjes (het hele jaar door een kerstmarkt!), leuke restaurantjes, musea en een aantal oude kroegen. Een daarvan is Zille-Destille. Gelegen tussen de Spree (Berlijns’ bekendste rivier), het knoflookmuseum en de kerstwinkel.
Adres: Propststrasse 9, 10178 Berlijn
De markt in Mauerpark, zelfs schommelen lijkt er alternatief
Wanneer je op een zondag in Berlijn bent moet je zeker naar Mauerpark. Dit alternatieve park bij U-bahn station Eberswalder Strasse (gewoon de mensenmassa volgen en je bent in het park) ligt in Prenzlauer Berg, een wijk waar ik het later nog over ga hebben, het staat bekend om een restant van de Berlijnse muur en de markt die er elke zondag te vinden is. Beneden vind je dus de markt waar je van 8 uur ’s ochtends tot zes uur in de middag kunt rondsnuffelen tussen al het antiek. Let wel op, verkopers zijn rond de middag al flink aangeschoten van de drank die je overal ziet.
Adres: Bernauer Strasse 63-64, 13355 Berlijn

Prenzlauer Berg
Deze wijk staat bekend om haar hippe imago. Prenzlauer Berg was lange tijd een saaie arbeiderswijk in het Oosten van de stad maar nadat de kunstenaars en alternatieve mensen het ontdekt hadden, is het nu echt niet meer saai te noemen. Het is nog redelijk goedkoop (echt goedkoop zit je in Kreuzberg of Wedding) maar je vind er toch goede restaurants en overnachtingsmogelijkheden. Nog belangrijker is dat Prenzlauer Berg een erg vriendelijke en veilige wijk is. Je vind onder andere de Gethsemanekirche in deze wijk: een rode kerk met groen dak, voltooid in 1893.
Je zou ook een bezoek kunnen brengen aan de Joodse begraafplaats aan de Schönhauser Allee. Het is heel heftig om dit te zien, een keppeltje is verplicht. Max Liebermann is een van de velen die hier begraven ligt. Verder kun je nog naar de watertoren, het Russische restaurant tegenover de watertoren of gewoon naar Mauerpark. Want ook die ligt in Prenzlauer Berg.
Beproef je geluk bij Alexanderplatz
Een beetje geluk nodig? Ga dan naar het Marx-Engels-Forum park gelegen bij Alexanderplatz. Als je van de Berliner Dom naar het beroemde plein loopt valt het niet te missen. Je ziet twee grote beelden van de grondleggers van het Marxisme; Karl Marx en Friedrich Engels. Ooit waren het arme arbeiders, later werd hun denkwijze nagestreefd door communistische heersers als Lenin en Fidel Castro, maar tegenwoordig worden de Duitse denkers over de handen gewreven door gelukzoekende toeristen.

Curryworst eten bij Konnopke
Als laatste moet je voor de beste curryworst van misschien wel heel het land naar Konnopke! Onder het U-bahn station Eberswalder Strasse vind je een klein geel gebouwtje, dat tot in de avond geopend is. Sinds 1930 vind je hier de allerbeste curryworst!
Adres: Schonhauser Allee 44, 10435 Berlijn

StedenTripper werkt samen met de Reisgids van de Consumentenbond. Iedere maand verschijnt er een artikel, dat eerder in dit magazine is gepubliceerd, exclusief op StedenTripper.com. Zo maak je kennis met hun praktische tests en uitgebreide reisartikelen.
Edinburgh ligt maar op een uurtje vliegen van Schiphol. De hoofdstad van Schotland is compact en, als het weer meezit, heerlijk om doorheen te struinen. Een lang weekend is genoeg om het meeste van de oude stad te zien.
Edinburgh is vooral bekend vanwege het drie weken durende Edinburgh Festival waarbij op straat en in talloze kleine theaters veel spannends te beleven valt. De meeste buitenlanders bezoeken Edinburgh dan ook in augustus, vanwege dit festival en het weer. Maar ook buiten het festivalseizoen is er genoeg te doen in deze sfeervolle stad die, net als Rome, is gebouwd op zeven heuvels.

Overzichtelijk
Edinburgh is Rome niet, laten we dat vooropstellen. Met die zeven heuvels hebben we alle overeenkomsten tussen de Schotse en de Italiaanse hoofdstad wel gehad. Kun je in Rome probleemloos een week rondwandelen zonder twee keer op dezelfde plek uit te komen, in Edinburgh ben je na een dag of twee à drie wel klaar. Edinburgh is vooral een weekendbestemming.
De Schotse hoofdstad is opgetrokken rond Castle Rock, een miljoenen jaren oude vulkanische steenpuist met steile wanden waarop zich al eeuwen voor onze jaartelling mensen vestigden. Nu torent daar Edinburgh Castle – de belangrijkste toeristische trekpleister van Schotland – boven de stad uit. De ‘old town’ ligt aan de voet van deze heuvel. Hier staan de oudste gebouwen, inclusief die van de universiteit. Dit is het deel van de stad met de meeste restaurantjes, de grootste musea en de interessantste straten.

Tegenover Castle Rock is in de 18e eeuw, geheel volgens de Georgiaanse architectonische regels, een puur symmetrische stadswijk gebouwd, die nog altijd de ‘new town’ genoemd wordt. Dit is de plek om te flaneren en te winkelen op alle mogelijke prijsniveaus. Helaas begint het winkelaanbod ook hier steeds meer te lijken op dat van andere Europese steden.
De beide heuvelwanden zijn verbonden door een aantal bruggen over wat deels een imposant groen stadshart is, en deels een spuuglelijk spoorwegemplacement. Het is maar van welke kant je het bekijkt. De merkwaardigste verbinding is de wandelbrug dwars door het station, wel fijn voor als het regent!
Koninklijk en militair
De meest voor de hand liggende plek om te beginnen aan een ontdekkingstocht door Edinburgh is Edinburgh Castle. De oudste, nog staande constructies stammen uit de 12e eeuw. Het imposante kasteel was de zetel van de Schotse koningen en later een garnizoensplaats. De tentoonstellingen in het slot staan dan ook volledig in het teken van het koningshuis en de oorlog. Een tip: koop de kaartjes voor het kasteel online. Dat is goedkoper en scheelt vaak een fikse wachttijd.
Edinburgh Castle staat aan drie kanten op de rand van steile rotswanden en is alleen vanaf de oostelijke kant toegankelijk. Vanaf de poort loopt een lange rechte weg langs de helling omlaag naar Holyroodhouse Palace, de officiële residentie van de Britse koningin in Edinburgh.
De lange weg staat bekend als de Royal Mile. Het is de aorta van de oude stad. Hoe meer je het kasteel nadert, hoe toeristischer de Royal Mile wordt. Hier slijt men van alles dat typisch Schots is, van geruite prullaria (made in China) en ansichtkaarten tot dure single malt whisky’s, kilts en cashmere kleding. En natuurlijk zijn er pubs waar toeristen met lef worden uitgenodigd zich te storten op de nationale dis van Schotland: haggis, een stoofschotel van slachtafval.
Ouderwetse solidariteit
De hoge, zandstenen huizen langs de Royal Mile vormden vroeger een façade waarachter prachtige stadstuinen lagen. Nog steeds zijn er her en der tussen de huizen poortjes naar ‘coves’, stegendie leiden naar binnenplaatsen en tuinen of helemaal doorlopen naar de rand van de heuvel aan de kant van de ‘new town’. Sommige van die stegen bieden een prachtig uitzicht op de overkant. Het is dus nog steeds de moeite waard een open cove in te schieten.
Een van de juweeltjes op de Royal Mile is The People’s Story, een klein en overzichtelijk museum dat nu eens niet de geschiedenis vertelt van koningen en generaals, maar van gewone mensen. En dat is een verhaal van schrijnende armoede die duurde tot ver na de tweede helft van de 20e eeuw. De Schotten aten die stoofschotel van slachtafval echt niet omdat ze het lekkerder vonden dan lamsbout.
Het museum vertelt ook het voor onze tijd bijna ouderwets aandoende verhaal over vakbonden, coöperaties en solidariteit. Zoals vrijwel alle musea in Edinburgh is The People’s Story gratis toegankelijk, al wordt een vrijwillige bijdrage wel op prijs gesteld.

Omstreden nieuwbouw
Tegenover het paleis van de koningin staat een van de twee hypermoderne monumenten van Edinburgh: het Schotse parlementsgebouw. Het complex, een organisch ontwerp van de Catalaanse architect Enric Miralles, heeft de vorm van een bos bloemen die, met de stelen in de natuur en de bloembladen in de stad, het land met de stad verbindt. Die vorm is vooral goed te zien als je schuin tegenover de hoofdingang het wandelpad neemt naar de top van Arthur’s Seat, de hoogste heuvel van het omvangrijke Holyrood Park.
Het is een prachtig en – zoals dat hoort – zeer omstreden gebouw. Let vooral op de zogeheten ‘think pods’, de ‘denkpeulen’ die in de wand van het gebouw zitten, in de kamers van de parlementsleden. Even omstreden als het parlementsgebouw is de nieuwbouw van het Museum of Scotland, vlakbij de universiteit, achter de Royal Mile.
Prins Charles, fervent hater van moderne architectuur, trok zich uit protest tegen de bouw zelfs terug als voorzitter van de raad van bestuur van het museum. Gelukkig maar, want als hij zijn zin had gekregen was er ongetwijfeld weer een neoklassiek pilarenpaleis neergezet. Het nieuwe museum is van buiten en van binnen prachtig. Vooral het souterrain met bronzen beelden van Sir Eduardo Paolozzi is indrukwekkend.
Whiskywalhalla
De buitengrens van New Town is Queen Street. Het is een mooie straat met een paar klassiek Engelse winkels en, op nummer 28, een plezierige verrassing: The Scotch Malt Whisky Society. Het is een echte club, met fauteuils, een bar, een restaurant en een uitgekiende collectie van honderden exclusieve single malt whisky’s.

Het blijkt ook gewoon een commerciële onderneming te zijn met vestigingen over de hele wereld (er is ook een SMWS in de Benelux), en een ‘lidmaatschap’ voor een dag kost 10 pond. Maar dan heb je wel de illusie dat je even in een roman van P.G. Wodehouse meespeelt én de whisky’s zijn echt exclusief. De meeste zijn onvermengde en onverdunde single cask whisky’s met alcoholpercentages van boven de 50. Dit is bovendien de beste plek in Edinburgh om haggis te eten.
Eten en drinken
Rondom de universiteit vind je, naast de gebruikelijke junkfoodketens, een groot aantal restaurantjes waarvan er veel uitsluitend biologische producten gebruiken. Leuke plekken in de Old Town zijn:
- Nando’s Chicken Restaurant, South Bridge – een keten met veel biologische kip.
- Double Dutch Cafe, Marshall Street – mediterraans/Arabische keuken.
- Mussel Inn, Rose street – uitstekend bereide vis voor een aangename prijs.
- The Mercat, West Maitland Street – lounge eetcafé bij Waverley Station, een absolute aanrader.
- Restaurant One, Balmoral Hotel, Princess Street – haute cuisine van Michelinchef Jeff Bland.
- Restaurant 21212, Royal Terrace – van chef Paul Kitching, ook een Michelinster.
- De Scotch Single Malt Whisky Society, George Street – fantastische whisky’s.
Ben je niet echt een liefhebber, dan is de Scotch Whisky Experience op de Royal Mile een betere plek om kennis te maken met de nationale drank.

Reizen en prijzen
Vanuit Amsterdam (KLM, Easyjet, Flybe), Brussel (Brussels Airlines, bmi), Brussel-Charleroi en Düsseldorf-Weeze (beide Ryanair) vertrekken rechtstreekse vluchten naar Edinburgh. Een retourvlucht is -afhankelijk van de periode en luchtvaartmaatschappij- al te boeken vanaf zo’n €60,- per persoon. Vanaf het vliegveld ben je per Airlink-bus in 20 minuten in het centrum voor €4,40. Een dagkaart voor de bus kost €3,80.
Voor een voorgerecht betaal je in Edinburgh ongeveer €7,50, een hoofdgerecht kost gemiddeld 15 euro. Omgerekend dan, want in Edinburgh betaal je met Britse ponden. Een nagerecht kost zo’n vier euro, voor een kop koffie ben je iets meer dan twee euro kwijt. Een glas single malt whisky kost €3,50, terwijl je voor een portie typisch Schotse haggis ongeveer het dubbele af moet rekenen.
Dit artikel verscheen eerder in de Reisgids van de Consumentenbond. Wil je verder kennismaken met dit inspirerende magazine? Bestel dan een los nummer van Reisgids, of neem een abonnement.Krakau, de oude koninklijke hoofdstad van Polen, is één van de weinige grote steden in Oost-Europa die vrijwel ongeschonden de Tweede Wereldoorlog is doorgekomen. De bijna 700.000 inwoners tellende stad werd gespaard omdat Hitler Krakau als zijn toekomstige oostelijke hoofdstad zag. De Russen, die Krakau bevrijdden, wilden de charmante stad eveneens behouden.
De met paleizen in renaissance-stijl en gotische kathedralen volgebouwde binnenstad van Krakau, Stare Miasto, werd al in 1978 door UNESCO tot Werelderfgoed verklaard. Veel bezienswaardigheden in Krakau zijn op loopafstand van dit oude centrum. Heb je geen zin om te lopen? Neem dan de bus of tram, die regelmatig rijden en niet duur zijn. Ook vind je overal in de binnenstad gemotoriseerde én paard-aangedreven taxi’s.

Het oude stadscentrum van Krakau, via Ally Caulfield
Drakengrot
De heuvel Wawel torent hoog boven de kronkelige steegjes van de Stare Miasto uit. Volgens de legende terroriseerde de Draak van Wawel, Smok Wawelski, lang geleden de stad. In het begin nam hij nog genoegen met het verorberen van de lokale veestapel, maar toen hij jonge vrouwen begon te eisen, was voor de koning de maat vol. Hij beloofde zijn dochter aan degene die de draak zou doden.
Een lokale schoenmaker genaamd Krak durfde de uitdaging aan. Hij voerde de draak een met zwavel gevuld schaap, wat funest bleek voor het vurige karakter van de draak. Na de dood van Smok Wawelski kreeg de schoenmaker de prinses en het koninkrijk, dat sindsdien zijn naam droeg – Krakau.
Vandaag de dag kun je de Smocza Jama, oftewel de drakengrot, bezoeken aan de voet van de Wawel, aan de rivier de Wisla. Bij de entree van de drakengrot, die één van de drukst bezochte bezienswaardigheden en de bekendste grot van het land is, staat een enorm bronzen beeld van de draak. Af en toe spuwt hij nog vuur, maar gevaarlijk wordt hij niet meer.

Zelfs de waterspuwers van Slot Wawel zijn draken, via Archway Andres
Koninklijke hoofdstad
Krakau was de hoofdstad van Polen van 1257 tot 1566, toen het de hoofdstedelijke titel aan Warschau verloor. Toch bleef Krakau de stad voor de kroningen en begrafenissen van Poolse koningen en koninginnen. In de Wawelkathedraal zijn de koninklijke graftombes te bezichtigen.
Het archeologisch en historisch museum, maar ook de kroonjuwelen en de wapenzaal in het Kasteel van Wawel, of Zamek Królewski, zijn zeker het bezoeken waard. De audiëntiezaal is echter de mooiste ruimte in het koniklijke slot. Ooit droeg het plafond 194 uit hout gesneden hoofden, die op de koning neerkeken tijdens vergaderingen en bijeenkomsten. Deze hoofden -er zijn er nu nog zo’n 30 over- representeerden de vele gezichten van het volk en moesten de koning helpen bij het maken van zijn moeilijke beslissingen.
Op steenworp afstand van de Wawel ligt Rynek Glowny, het middeleeuwse marktplein dat tot de mooiste pleinen van Europa behoort. Rond dit plein staan onder meer de Mariakerk (Kościół Mariacki), de 14e-eeuwse universiteit van Krakau en de Florianuspoort. Zeker bij mooi weer zorgen de terrassen en straatartiesten voor nog wat extra sfeer.

Het centrale plein Rynek Glowny, via Ana Paula Hirama
Krakau’s donkere zijde
Uiteraard is het niet alles goud wat er blinkt. In veel stadsdelen buiten het centrum zijn de Sovjetinvloeden duidelijk waarneembaar. Monotone, grijze betonkolossen verschaffen op symmetrische wijze woonruimte aan vooral minderbedeelde Krakovianen.
De geschiedenis van de wijk Kazimierz, dat ongeveer een kilometer buiten het stadscentrum aan de oever van de Wisla ligt, heeft geen grijze, maar een gitzwarte geschiedenis. Ooit was het, met 50.000 inwoners, één van de grootste Joodse nederzettingen van Europa. De Holocaust, waarbij drie miljoen Polen door de Nazi’s werden gedood, maakte daar een bruut einde aan.
Op ongeveer drie kwartier rijden van Krakau ligt één van de meest indrukwekkende ‘bezienswaardigheden’ ter wereld, het voormalige concentratiekamp Auschwitz (Oświęcim). Veel inwoners van Kazimierz werden hier om het leven gebracht. Eigenlijk pas sinds het begin de jaren ’90, toen Kazimierz door Steven Spielberg werd gebruikt als filmlocatie van Schidler’s List, begint de Joodse wijk gelukkig weer op te krabbelen.

In de opgekrabbelde wijk Kazimierz vind je diverse bezienswaardigheden, via Jennifer Boyer
Zout en vuur
Een andere bezienswaardigheid net buiten de stad is de Wieliczka-zoutmijn. De geschiedenis van deze mijn gaat terug tot 1044, waarmee het één van de oudste zoutmijnen ter wereld is. En met een gangenstelsel van 300 kilometer, dat een diepte van ruim 300 meter bereikt, ook één van de grootste. De mijnwerkersgeschiedenis, een ondergronds meer en vele uit zout gehouwen beelden en sculpturen trekken jaarlijks bijna een miljoen bezoekers.
Het vuur van de Wawel en de smaak van het zout komen beide terug in het uitgaansleven, dat in de wijde omtrek positief bekend staat. De vele restaurants, kelderbarren en kroegen zorgen ervoor dat je je ‘s avonds nooit hoeft te vervelen in Krakau. De volgende ochtend kun je rustig wakker worden in Planty, het stadspark dat rondom het oude centrum is aangelegd.

Diep onder de grond bezoek je de St. Kinga-kapel, via Dino Quinzani
Waar voor je geld
Krakau’s gevarieerde architectuur, de vele culturele attracties en bruisende uitgaansleven maken de stad de ideale stedentripbestemming. De prima accommodaties, goede en betaalbare restaurants en goede openbaar vervoer dragen hier ook aan bij. Dat je huiswaarts keert met legendes van draken en dappere ridders is dan een extra bonus.

Nog een laatste blik op Wawel, terwijl je met tegenzin Krakau uitloopt. Foto door Piotr P
Net als de afgelopen drie jaar organiseert StedenTripper.com ook in 2013 weer de Travvies Reiswebsite Awards, dé publieksprijs voor reiswebsites. Vorig jaar werden er bijna 25.000 stemmen uitgebracht, waarmee de Travvies tot de grootste publieke reiswebsiteawards van de Benelux behoren.

De awards van vorig jaar – wie worden de winnaars in 2013?
Heb je een reiswebsite die je graag bezoekt, beheer je een website die met reizen te maken heeft, of werk je voor een travelportal? Vertel ons dan vóór 1 mei meer over deze site!
Laat een reactie achter, stuur ons een email, of laat het ons weten via Facebook of Twitter. Wie weet maakt je favoriete reiswebsite dan kans op één van die felbegeerde awards.


